Stories

De Kracht & Conditiespecialist, Thomas Kortbeek

De hockeysport is een sport in ontwikkeling en tegenwoordig kun je niet meer zonder specialisten, naast de (professionele) hockeytrainer als je als team aan de top wilt meedraaien. Het team wat al jarenlang aan de top staat is Dames 1 van HC Den Bosch en zij werken o.a. met een kracht en conditiespecialist, looptrainer en fysiotherapeut Thomas Kortbeek. Zelf heeft hij een behoorlijk indrukwekkende staat van dienst in de sport. Daar wilden we natuurlijk meer van weten.

Kun je jezelf even voorstellen? 

Thomas Kortbeek, 38 jaar oud, fysiotherapeut in Vught. Vader van 2 jonge kinderen. Sportliefhebber. Sinds m’n 4e  jaar al verbonden aan sportvereniging Prins Hendrik in Vught. Als meerkamper begonnen en gaan specialiseren op de horden. 13 jaar lang op internationaal niveau 400m horden wedstrijden gelopen, gestopt in 2013.

Beste prestaties; 9 x Nederlands kampioen, 2e tijd allertijden in Nederland gelopen, Nationaal record <23 jaar, Brons op de EK <23 2003, Goud op de Universiade 2003

Ik ben dagelijks in de fysiotherapie bezig met het verbeteren van bewegen van mensen. Looptechniek heeft daarin vanuit mijn achtergrond en expertise extra interesse. Daarnaast ben ik sprint- en hordetrainer bij Prins Hendrik en heb ik de afgelopen jaren bij verschillende verenigingen looptraining en krachttraining verzorgt. 

Deze editie gaat over specialisten die werkzaam zijn in de hockeywereld. Hoe zou je jouw specialisme omschrijven? 

Ik word vaak ‘looptrainer’ genoemd, maar eigenlijk omschrijft dit niet helemaal de lading van de trainingen die ik doorgaans verzorg. In het Engels word het vaak; strength and conditioning coach genoemd wat samengevat betekent d.m.v. oefeningen sporters beter te laten presteren. Op het hockeyveld ben ik dan met name bezig met het verbeteren van accelereren, sprinten op hoge snelheid, efficiënt lopen, conditie en het beter en sneller wenden, keren, afremmen. Tijdens trainingen komen aspecten als kracht, explosiviteit, mobiliteit, coördinatie en uithoudingsvermogen aan bod. 

Hoe ben je ooit in het hockey terecht gekomen? 

Zoals vaak in de sportbranche ben ik via via in de hockeywereld terecht gekomen. Dames 1 bij HCDB heeft een heel goed team begeleiders rondom het team verzameld. Daarin misten zij nog iemand die zich op het lopen kon focussen en die off-season algemene trainingen kon verzorgen om de speelsters nog fitter aan het begin van het seizoen te krijgen. Zo is het balletje gaan rollen en zijn we nu zowel bij HCDB als bij de D-jeugd bezig met aandacht voor lopen. 

Wanneer ben jij als looptrainer tevreden? Waar let je zoal op? 

Ik ben tevreden als sporters verbeteren, zo simpel is het. Als er verbetering meetbaar is in mijn training weet ik dat zij beter zullen zijn in de hockeywedstrijd. Dat kan zijn sneller, sterker, conditioneel beter, wendbaarder, etc. etc. Waar ik op let is helemaal afhankelijk van wat het doel van de training is of wat het verbeterpunt van het team of de individuele sporter is. Bij dames 1 en heren 1 werk ik met hele kleine groepen, soms zelfs 1 op 1. Dan kan ik soms op de kleinste details van voetplaatsing of romphouding letten. Bij grotere groepen zijn deze aandachtspunten vaak algemener. 

Welke opbouw zit in jouw trainingen? 

In de zomerstop en winterstop ligt de nadruk in het algemeen op het verbeteren van kracht en conditie (aeroob, lactisch en a-lactisch). In het seizoen ligt de nadruk veel meer op techniek en coördinatie. Conditioneel wordt dan met bal en stick bijna alles gedaan. Tijdens de week zit nog een opbouw, rekening houdend met de wedstrijden. Richting de wedstrijd worden de trainingsvormen korter en feller. Dus specifieker voor de wedstrijd en vormen waar de spelers geen hinder van hebben tijdens de wedstrijd (spierpijn, stijfheid etc).  

Wat doe je naast de teamtrainingen individueel met speelsters aan looptraining?  

Ik heb bijna altijd wel trajecten lopen met spelers die op een aantal specifieke punten nog kunnen verbeteren. Dat kan bv het verbeteren van de start zijn waarbij niet alleen techniek erg belangrijk is maar ook specifieke krachtvormen. Maar bij een ander ben ik dan weer specifiek bezig met het verbeteren van de conditie. Of een ander voorbeeld kan zijn iemand die door een blessure niet kan hockeyen maar simpelweg fit moet blijven. Heel uiteenlopend dus en bovenal maatwerk. 

In de winterstop heeft een fysieke trainer een belangrijke rol in het hockey. Hoe ziet die rol er voor jou uit bij Den Bosch? 

De samenwerking in de winterstop is een vrij unieke tussen HCDB en sv Prins Hendrik. In die periode – waarin we regelmatig te maken hebben met kou, regen, vorst en sneeuw – trainen H1 en D1 wekelijks indoor bij de atletiekvereniging. Droog, warm en dus een ideale manier om zowel omvang als intensiteit in trainingen hoog te kunnen houden. Op die manier zorg je niet alleen voor minder fysieke achteruitgang maar zelfs voor prestatieverbetering in die periode. Ik ben zelf erg content met deze samenwerking. Hetzelfde gebeurt trouwens in de zomerperiode maar dan vanzelfsprekend outdoor. 

Wat vind je zo uniek aan het trainen met Den Bosch Dames 1? 

Het unieke met Dames 1 is de combinatie van de enorm sterke multidisciplinaire aanpak van het team; fysiek, mentaal, medisch, analytisch. Als je als team zo sterk mogelijk wilt zijn moet je ook daar omheen zo goed mogelijk alles inrichten. Dat doen ze bij Den Bosch heel erg goed. Daarnaast geniet ik wekelijks van de gretigheid en energie die de dames (maar vergeet ook de heren niet) op de trainingen tonen. Natuurlijk besef ik me dat ze liever met een bal en stick in de hand alles willen doen op een training. Maar dat ze zelf begrijpen dat ze in mijn trainingen en oefeningen zichzelf kunnen verbeteren en daar (over het algemeen) vol voor gaan, daar geniet ik van! 

Wat ervaar jij aan doorstroming van jeugd naar het dameshockey met betrekking tot bewegingen en motoriek? 

Bij Den Bosch zijn we sinds enkele jaren al gericht bezig met looptrainingen en algemene motorische training vanaf de D-jeugd. Het verschil in niveau tussen dames en jeugd is groot. Dit is niet specifiek een probleem vanuit de hockey is, maar een probleem in heel veel sporten. Een belangrijke oorzaak hiervan is simpelweg leeftijd en daarbij horende groei en ontwikkeling. Wel is het zo dat een zeer groot deel van de deelbewegingen die horen bij de sport technisch en motorisch al vroeg getraind en geautomatiseerd kunnen worden. Je zou een meisje bij de A-jeugd niet meer hoeven uit te leggen hoe je moet wenden of keren, of hoe je het beste je voeten kunt gebruiken tijdens het sprinten etc. Dat ze dan niet direct net zo snel kunnen sprinten als de dames heeft bv ook te maken met het verschil in kracht (vermogen en explosiviteit). HCDB is mijns inziens een voorbeeldclub met betrekking tot het inpassen van jeugd bij de hoogste teams. Elk jaar trainen er al in een vroeg stadium A-junioren mee bij Dames 1 om ze fysiek en mentaal al klaar te stomen voor de jaren daarna zodat zij de nieuwe sterren van het eerste Dames team kunnen worden. 

Veel clubs zijn bezig om op jonge leeftijd kinderen meer te laten bewegen op andere manieren dan met bal en stick. Hoe kijk jij hiertegen aan?

Positief, met een kritische noot. Ik spreek vaak met hockeycoaches over wat ik zie tijdens looptrainingen. Zelfs als ik iemand nog nooit heb zien hockeyen kan ik vaak al inschatten op basis van motorische vaardigheden of die persoon wel of niet goed kan hockeyen. Als de basis motorische vaardigheden goed zijn en de persoon is al van kinds af aan met bal en stick bezig (technische vaardigheden) is er potentie. Vaak zijn dit de sporters die ook in andere sporten goed (zouden) zijn. Deze basis motorische vaardigheden worden juist het beste aangeleerd op jonge leeftijd. Omdat kinderen over het algemeen veel minder (kwalitatief goede) beweegmomenten hebben moet je als club hiermee aan de slag. Idealiter wordt hier natuurlijk met buitenspelen, schoolgymnastiek en thuis al aandacht aan besteed, maar dat voldoet tegenwoordig helaas niet meer. 

Wat zou jij aanraden aan coaches in het hockey die niet de faciliteiten of mogelijkheden hebben voor een looptrainer, maar toch iets met loopscholing willen doen? 

Veel faciliteiten heb je niet nodig, want zelfs op een bospad kun je goed leren lopen. Veel materiaal heb je ook niet nodig, maar handig zijn eenvoudige dopjes, pionnen, kleine hekjes en latjes. Het meest lastige voor veel trainers is het gebrek aan specifieke kennis omtrent looptechniek en daarbij horende oefenvormen. Ik weet wel zeker dat bijna altijd in de regio deze kennis wel aanwezig is. Mijn advies zou dan ook zijn om contact op te zoeken met de naburige atletiekvereniging en bij voorkeur met de sprint trainer aldaar. Ga bij deze trainer in de leer. Naast elkaar op de atletiekbaan of op het veld staan en discussiëren over wat je ziet en hoe je het zou willen zien. Dat is super leerzaam waar je vervolgens zelf mee aan de slag kan met je spelers. Dus zoek samenwerking tussen de verschillende clubs uit de regio en maak elkaar beter.

 

Interview: Frederique Passier

Eindredactie: Maryse Govaert

Beeld: Robert Sanders/fotostudio RSP

 

 

Leave a Reply

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.