Hockeykeepers van het Hoge Noorden: Jantien Gunter & Jolijn Essink

In het hoge noorden, om precies te zijn Groningen, is het hockey enorm in opkomst. De Dames van GHHC spelen sinds dit seizoen in de Hoofdklasse en het  Landelijk MB1 van buurclub GHBS is ook behoorlijk fanatiek. We zochten de twee doelvrouwen op:  Jantien Gunter en Jolijn Essink. Beiden super gefocust en vol met hockeypassie!

Jantien, je keept bij Groningen Dames 1 (GHHC), en nu met je team in de Hoofdklasse, hoe is het allemaal voor jou begonnen? 

Jantien: Het is voor mij 20 jaar geleden begonnen bij GHBS. Mijn broer was al even lid van GHBS en ook al wou ik liever voetballen, ben ik niet veel later ook lid geworden. Ik heb jaren in de spits gestaan en had op dat moment de ambitie om spits te worden voor het Nederlands Elftal. Om verder te ontwikkelen als speelster en om het serieuzer aan te pakken moest ik wel overstappen naar GHHC Groningen, wat op dat moment nog voor lag met de opleidingen van jeugd (selectie) teams. Als speelster kwam ik bij GHHC in meisjes C1, maar het duurde niet lang voordat ik geblesseerd raakte en een beetje verplicht op goal belandde aangezien onze keepster er net mee was opgehouden. Dit bleek echter helemaal geen slechte keuze te zijn geweest en sindsdien sta ik op goal.

Jolijn, jij keept bij die andere Groningse club, GHBS, MB1 landelijk, en je bent verschrikkelijk fanatiek, hoe is jouw passie voor het keepen ontstaan? Jolijn: Ik ben begonnen met hockeyen bij meisjes D bij de club in het dorp waar ik woon: MHC Roden. Hier heb ik volgens mij 4 weken gespeeld en heb aan mijn Coach gevraagd op een toernooi of ik ook eens mocht keepen, dus dit gebeurde. Veel mensen zeiden al gelijk: ’wow ze loopt al supersoepel in die keepers spullen’ en naderhand vond ik het ook fantastisch dus ben ik er mee door gegaan. Na de volgende 2 competitiewedstrijden heb ik ook aan mijn Coach gevraagd of ik vaste keeper mocht worden. En ik vind het nog steeds helemaal fantastisch.

Wat is het verschil tussen GHHC en GHBS (los van de klasse waarin je speelt) ?

Jolijn: GHBS ligt in het westelijke deel van Groningen, en GHHC in Haren aan de zuidkant net buiten Groningen. GHHC was vroeger de enige club in het noorden waar je in de jeugd op landelijk niveau kon spelen. In de jongens lijn is dit nog steeds zo. Gemeentelijke Hogere Burger School (meer als 1400 leden) is qua sfeer meer een dorpsclubje in het groot. Dus een gezellige familieclub die een aantal jaren geleden veel is gaan investeren in jeugdopleidingen en dit werpt zijn vruchten af.

Jantien: Toen ik in de jeugd speelde bij GHBS was het verschil in de opleidingen voor jeugd selectie teams groot, tegenwoordig doet GHBS het ook ontzettend goed met de jeugd en is dat nu dus geen duidelijk verschil meer. Verder ben ik te lang niet bij GHBS geweest om de verschillen te weten.

Als jullie naar het Zuiden afzakken ( dus Utrecht, Noord-Holland, Brabant en Zuid Holland) wat is daar het grote verschil met Gronings Hockey en de mentaliteit?  

Jolijn: In het zuiden tref je veel meer clubs en dus ook meer spelers binnen een aantal kilometer. Er is dus meer keuze om uit te selecteren. Dus vaak grotere clubs met meer financiële middelen en betere (trainings) faciliteiten. En zo ook in de regionale competitie en hoger niveau. De mentaliteit is dus over het algemeen een stukje harder dan hier in het noorden. Iets waar wij nog veel van kunnen leren.

Jantien: De competities in de andere delen van Nederland zijn een stukje sterker. Er zijn inderdaad meer clubs en ook grotere clubs. Het leeft daar meer dan in het Noorden. Ik ben super trots dat wij nu ook de beste clubs uit Nederland mogen ontvangen in het hoge noorden. Wij merken dat dit jaar behalve meer publiek, ook een anders soort publiek op onze wedstrijden afkomt. Er zijn nu ook veel kinderen en ouderen van andere clubs, en ook niet-hockeyers, die bij ons op zondag langs de lijn staan.

Naast jullie veldhockeypassie, zijn jullie ook allebei echte zaalhockeyfans, wat is leuker om te doen?  

Jantien: Beide zijn leuk, maar als ik moest kiezen zou veldhockey mijn voorkeur hebben. Het leuke aan zaalhockey is dat je over het algemeen veel meer te doen hebt als keepster dan tijdens een gemiddelde veldwedstrijd. Maar op dit moment kan ik niet zeggen dat ik mij verveel op het veld 😉  

 

Jolijn: Absoluut Zaalhockey, ik ben veel meer van het zaalhockey. In de zaal ben je meer “speler” als keeper dan buiten. Dus een duel in de cirkel aan gaan of in een schot duiken is natuurlijk het mooiste was er is. Voor een keeper dus ook veel intensiever en veel meer betrokken bij het spel. Een heerlijk gevoel. Deze winter was ik dus ook vaak te vinden in het Mekka van Zaalhockeyland. Voor echte “hallenhockey” train ik in Duitsland onder leiding van de oud keepster van het Duitse elftal. Bijna elke club heeft daar zijn eigen sporthal naast het kunstgrasveld staan, helemaal fantastisch. En waar wij in Nederland in de zaal vaak spelen op een traag kunststof “zandveld”, spelen ze in Duitsland op een snel zwevende “waterveld”. Dus geen zaalhoezen nodig.

Jantien, jij hebt in de VS sport management en business administration gestudeerd. Heb je daar ook gehockeyd en studeer je nog of werk je inmiddels?  

Jantien: Dankzij een hockey beurs heb ik 4 jaar in Philadelphia kunnen studeren en hockeyen bij Drexel University. Na mijn studie die ik in 2015 heb afgerond, ben ik terug gekeerd naar Groningen. Ik ben hier gaan wonen, hockeyen en werken.

Hoe was het om in de VS te studeren en te hockeyen?  

Jantien: Intens! Maar heel erg leuk. Hockey is een herfst sport in Amerika waardoor het seizoen plaatsvindt tussen augustus en november. In die periode speel je net zoveel wedstrijden als wij in Nederland over een heel seizoen spelen. We hadden in die periode 2 wedstrijden in de week op vrijdag en zondag en dan trainden we op dinsdag, woensdag, donderdag en zaterdag. De trainingen begonnen om kwart over 6 ’s ochtends tot een uur of 9. Daarnaast volgden we allemaal nog fulltime een studie. Gelukkig houden ze op Amerikaanse universiteiten ontzettend veel rekening met de sporters. Wanneer we een uitweekend hadden en dus op donderdag al vertrokken, konden we zonder problemen onze lessen missen en toetsen op een ander moment inhalen.

En hoe combineer je hockey met je studie/werk nu je weer in Nederland bent? Wordt daar ook ruimte voor gemaakt door je opleiding of moet je echt veel inhalen? 

Jantien: Op dit moment werk ik 36 uur. Eerst werkte ik 40 uur maar ik merkte dat ik niet toe kwam aan o.a. huishoudelijke taken. Op dinsdag trainen we dubbel en aangezien die training om kwart voor 6 begint en ik tot kwart over 5 werk ben ik standaard wat te laat. Gelukkig houdt onze coach daar rekening mee en is dit geen probleem. Het voordeel van werken naast op dit niveau hockeyen is dat ik ’s avonds geen huiswerk heb of moet studeren wat veel teamgenoten wel hebben. Die werken geen 36/40 uur, maar hebben naast de colleges nog veel tijd nodig om te studeren wat er ook bij hoort.

Jolijn, jij zit nog op school en je geeft ook training, wat studeer je precies en wat wil je later worden als je ‘groot’ bent? 

Jolijn: Ik ben nu bijna klaar met mijn middelbare school, het enige wat ik nog hoef te doen is slagen voor mijn examen en dan kan ik verder. Ik kies hierna voor een opleiding Fotografie in Drachten, omdat dit al een lange tijd mijn hobby is en ik veel plezier heb wanneer ik de mooiste foto’s kan maken. Sportfotografie staat bij mij op dit moment natuurlijk nog op 1, omdat ik zelf verschrikkelijk veel van sport hou en de actie ik de foto’s dan echt geweldig vind. Maar wat ik echt graag zou willen is mij specialiseren als politiefotograaf.   En uiteraard zaalkeeper van Oranje.

Welke trainingsvorm past het beste bij jullie? Met hulpmiddelen, zoals de crazy-catch of 1 op 1 met een trainer en andere keepers (of misschien wel allebei)?  

Jolijn: Als het om inspeel oefeningen gaat heb ik het liefst dat een speler snelle korte 1 op 1 acties doet, omdat ik dan snel buiten adem ben en dus snel warm word. In keeperstraining vorm vind ik oefeningen geweldig als je van de 1 naar de andere kant moet duiken om vooral ballen op je stick eruit te moeten duiken. Ik heb niet echt materialen die ik fantastisch vind, het gaat mij vooral om de snelheid in de oefening.

Jantien: Het enige hulpmiddel dat wij op keeperstraining gebruiken is een lacrosse stick. Hiermee kan mijn keeperstrainer de bal ontzettend hard slepen. Verder heb ik keeperstraining met onze andere keepster waarbij we het elkaar soms lastig maken door op de rebound door te spelen. Dit maakt het realistischer en daar word ik dus scherper van. Tijdens een wedstrijd stopt het spel ook niet na 1 redding wanneer de bal in de cirkel blijft. Verder vind ik partijtjes op training ook leuk, hier krijg ik minder ballen dan tijdens andere oefeningen, maar de ballen die wel komen moet je wel pakken, net als in een echte wedstrijd.  

We hebben altijd 2 stellingen voor keepers – geef aan of je het ermee eens bent of oneens en waarom: Stelling 1: Een keeper moet met minstens 1 blauwe plek van het veld lopen anders was het geen goede training.  

Jantien: Oneens. Als je aan iedere training een blauwe plek overhoudt heb je of geen goed keepersspul of ben je net wat te laat met je redding. ‘Tuurlijk hoort een blauwe plek er af en toe bij, maar zeker niet elke training.

Jolijn: Absoluut oneens! Als je een bal op je lichaam hebt gehad, heb je iets flink verkeerd gedaan, of hebben je spelers wel superslecht gemikt, de bal moet toch in de goal? Dit heeft niks te maken met of je je best hebt gedaan. Bij mij is de betekenis van een blauwe plek “maar ik had hem lekker wel !!”

Stelling 2: Keepers zijn de buitenbeentjes van het team.  

Jolijn: Ligt eraan hoe je het bekijkt. Keepers zijn meestal wel een beetje anders, een eenmanssport binnen een teamsport. Maar je moet als keeper wel een beetje gek zijn. Want doe je een veldspeler keeperspullen aan, rent deze bij het eerste schot op de goal gillend het veld al af. Apart zijn we zeker, dit is niet uit te leggen, maar dat snappen alleen keepers.

Jantien: Tja, keepers zijn altijd wel een beetje anders, maar dat komt ook omdat je een totaal andere rol hebt binnen een team. Je hoort bij een team maar bent ook een beetje je eigen team. En het klopt zeker dat meeste keepers best wel een beetje prettig gestoord kunnen zijn. Een buitenbeentje voel ik mij echter zeker niet, dat klinkt een beetje negatief.

En onze standaard keepersvragen, die ook door alle Oranje keepers zijn beantwoord. Wat is het smerigste item uit je keeperstas? 

Jantien: Ik denk mijn bodyprotector. In de lente en zomer vindt ik een onder shirt te warm dus dan wordt er flink wat in gezweet, en makkelijk in de wasmachine gaat die niet.

Jolijn: Mijn elleboogjes. Die dingen stinken altijd zo erg. Maar het ergste is nog, dat als je heb gezweet en ze uit doet en vergeet bij de was te doen en je ze de volgende dag weer aandoet, dat ze nog nat en bezweet zijn. Zo vies vind ik dat. De oplossing is dan lange mouwen. Maar nog beter is gewoon niet vergeten ze bij de was te doen.

Wat voor stick heb je en waarom deze?  

Jolijn: Ik heb een Mercian Genesis Special Edition HSGENSE16. Met daarop de beste tekst ooit: “Never ever ever give up”. Een slogan wat natuurlijk echt bij een goalie past. Deze stick ziet er net even anders uit als wat je op de meeste velden ziet. Zwart aan een kant, en camouflage aan de andere kant. Ik kies altijd wat anders dan een ander, een echt buitenbeentje dus. Een geweldige stick. Zo recht mogelijk en super licht maar toch krachtig met een niet te laag zwaartepunt.

Jantien: Ik keep al jaren met een TK stick. Verder speel ik met een OBO uitrusting en is een deel van mijn uitrusting gesponsord door Verbunt hockey. Vorig jaar brak mijn stick ineens tijdens training (niet eens na een sicke redding met mijn stick) maar hij was afgebroken aan mijn grip kant. Toevallig had mijn teamgenoot Anouk van den Berg nog een oude TK stick in de kleedkamer hangen die ik toen mocht lenen voor de rest van de training. Ik gebruik die stick nu nog steeds aangezien die mij wel bevalt haha.

Wat voor tips heb je voor jonge aanstormende keepsters? 

Jantien: Coachen is een heel belangrijk deel van je vak als keeper/keepster. Zorg dat je verdediging niet steeds achterom hoeft te kijken naar waar hun tegenstander uithangt, maar dat ze op je coachen kunnen vertrouwen en daarop kunnen anticiperen. Train net zo hard zoals je tijdens een wedstrijd er tegen aan zou gaan. Dan zal je die onmogelijke reddingen die je op training maakt, ook in de wedstrijd maken.

Jolijn: Altijd je doel na streven, volg je eigen weg, er alles voor willen doen, dit betekent ook dat je veel moet laten. Laat je niet altijd inschakelen om ergens anders keepersgaten te vullen als dit voor jou geen uitdaging/aanvulling is. Elke keeperstrainer zal de technieken anders uitleggen en/of het je anders leren. Luister dus goed en probeer zelf uit hoe je een techniek het beste toe kan passen en bij jou als keeper past. Jij moet de ballen stoppen en niet een ander.

redactie: Maryse Govaert/Francisca Blanco

beeld: Essink fotografie/Jacob Gunter