10 voor Frederique Passier – De communicatieve spelende trainer…

Hockeyer, trainer en een propedeuse Communicatie. Vertel ons, wie is Frederique Passier en hoe is jouw hockey cv? 

Mijn naam is Frederique Passier, ik ben 21 jaar oud en een echte Bossche hockeyliefhebster, opgegroeid in een echt hockeygezin. Op mijn 6e ben ik begonnen met hockeyen bij Den Bosch en heb vanaf toen de hele topjeugd doorgelopen. Nu speel ik al 3 jaar in de Overgangsklasse bij Union Dames 1. Vanaf mijn 10e geef ik al training en op dit moment coach ik JD1 van Den Bosch en daarnaast ben ik trainster bij ML Hockeysupport. Ik studeer Communicatie aan de Hogeschool in Nijmegen, maar volg op dit moment een minor in Talent herkenning & ontwikkeling in de sport.

Je bent spelend bij Dames 1 van Union, die nu (half mei – red) 4e staan, wat verwacht je ervan? 

Aan het begin van het jaar hadden we als doelstelling gesteld om de play-offs te halen. Een flinke uitdaging voor onze jonge ploeg. We hebben de laatste weken weer ons eigen vertrouwde spel laten zien en daarmee mooie punten gepakt. Helaas hebben we na de winterstop te veel punten laten liggen waardoor we nu vierde zijn geëindigd. Teleurstellend, maar het geeft ook zeker vertrouwen richting volgend jaar. Samen met onze nieuwe coach Inge Poelmans hopen we de stijgende lijn die Frank Geers met ons is aangegaan door te zetten.

Is het de laatste jaren qua niveau zwaarder geworden en zal die tussenklasse – de promotieklasse – gaan helpen in de overgang naar de hoofdklasse?

Toen ik van Den Bosch overkwam naar Union merkte ik dat ik de Overgangsklasse echt had onderschat. Het spel dat wordt gespeeld in Landelijk A is niet te vergelijken met het niveau van de Overgangsklasse. Ik ben dan ook in mijn eerste jaar zoals ze dat in Den Bosch noemen ‘goed op mijn bek gegaan’. Mentaal en fysiek is het vooral zwaarder en dan ga je pas echt begrijpen dat ervaring van enorme waarde kan zijn voor een ploeg. Ik herken dat onderschatten bij veel jonge speelsters, ze kijken al gauw naar alleen de kansen voor hen in de Hoofdklasse. Terwijl het ontwikkelen van een dragende rol in een topploeg in de Overgangsklasse zo’n speelster misschien wel nog sterker kan maken. Daarom ben ik persoonlijk heel blij dat de Promotiepoule terugkeert. Je speelt dan iedere week een topper, een wedstrijd op jouw niveau, waardoor de Promotiepoule ook weer aantrekkelijker wordt voor jonge spelers. De ploegen versterken elkaar door iedere week topwedstrijden te spelen met tegenstand en ook mentale druk. Ik hoop dat het gat tussen de Promotiepoule en de Hoofdklasse zo wat verkleind wordt.

Je bent ook trainer bij ML Hockeyscholen. Op welke locatie geef je training en doe je dat met een groep?

Op dit moment geef ik twee keer per week training bij de Hockeyschool op Den Bosch, maar ik ben ook actief op de hockeykampen en deze zijn over het hele land verspreid. Ik heb kampen gedaan op Wageningen, Bemmel, Zwolle en uiteraard Den Bosch! Het aantal trainers hangt af van de grootte van de groepen. Tijdens het afgelopen meikamp hadden we op Den Bosch 70 kinderen. Dan zijn er zeker zeven trainers aanwezig en geeft Raoul Ehren leiding aan de trainers en zorgt voor de organisatie van de dagen. We proberen de bezetting altijd ruim op te zetten, omdat individuele aandacht bij ML heel belangrijk is.

Wat is er zo bijzonder aan de trainingen van ML Hockeyschool, wij krijgen in elk geval superveel hits als we ze delen via onze trainers4trainers Instagram en FB pagina.

Het unieke van de trainingen van ML is dat het zoveel mogelijk geïndividualiseerd wordt. Iedere oefening is trainbaar voor het individu omdat je niet afhankelijk bent van de kwaliteiten van anderen. Je kan je volledig focussen op de technieken die je zorgvuldig krijgt aangeleerd van gekwalificeerde trainers. De oefeningen zijn innovatief, creatief en gebaseerd op spelenderwijs leren. Bij ML Hockeysupport gaat kwaliteit altijd boven kwantiteit. Door de kinderen de technieken aan te leren in allerlei verschillende vormen en situaties, hopen we dat de kinderen dat meenemen naar hun eigen trainingen en kunnen toepassen in hun wedstrijden.

Wat vind je het allerleukst aan training geven, zijn er bepaalde oefeningen die je voorkeur hebben of bepaalde groepen? Helpt je studie bij het training geven?

Ik denk dat communicatief vermogen een absolute pré is als trainer, vooral bij jonge kinderen. Je moet als trainer technieken en tactieken zo concreet mogelijk kunnen verwoorden. Daarnaast zie ik training geven ook wel als presenteren, je uitstraling, timing en woordenkeus bepaalt hoe een speler een bepaalde boodschap opneemt. Je moet het enthousiasme voor de sport zowel non-verbaal als verbaal kunnen overbrengen. Daarin helpt mijn opleiding mij zeker! En het resultaat hiervan is wat ik het allermooiste vind aan training geven. Ik geniet ervan om te zien hoe aanstekelijk de liefde voor de sport werkt. Als trainer ben je onderdeel van de sportbeleving van een kind, op welk niveau dan ook. Steeds weer iets nieuws bedenken, waardoor ze weer geprikkeld zijn om zichzelf uit te dagen. Iets wat ik bij JD1 eigenlijk pas echt merk. Een korte spanningsboog, de enorme nieuwsgierigheid en de verslaving aan het  hockeyspel is voor mij als trainer ideaal. Een bijdrage leveren aan de fysieke, technische, tactische en mentale ontwikkeling van die jochies is het mooiste wat er is, al is het maar heel klein.

Als speler bij Dames 1 van Union ben je zeker aanwezig op het veld. Op welke plek speel je en waarom daar?

Communicatief ben ik zeker aanwezig haha! Mijn coaching is zeker een kwaliteit. In MD1 werd ik door Maartje Paumen en Vera Vorstenbosch (toen der tijd mijn coaches) voorin gezet omdat ik enorm hard kon slaan. “Fredje, gewoon de bal aannemen. En als je de ruimte hebt, dan schiet je”‘. Als ik dan op zondag bij Dames 1 ging kijken en Vera zelf zag spelen, begreep ik dat wel. Later werd ik achterin neergezet vanwege mijn passtechnieken en tactisch inzicht. Daarnaast sla ik de strafcorner, iets wat ik al vanaf jongs af aan doe.

Kijk je zelf met andere ogen naar jouw trainer en zijn trainingen of ben je dan gewoon speler?

Vroeger deed ik dat wel heel erg en dat beperkte mij dan ook als speelster. Ik was (of eigenlijk ben) enorm eigenwijs en intuïtief ingesteld. Dit leverde vaak discussies over spelsituaties op met mijn trainers, die dit van zo’n ukkie niet altijd konden hebben. Dit leverde mij ooit bij Frank Stofmeel de bijnaam ‘Trainer 2’ op. Ik kijk nog steeds kritisch naar trainingen omdat ik daarvan wil leren als speelster en als trainster. Maar ik heb het nu ook leren los te laten. Lekker genieten van het spelletje. Vertrouwen in de kwaliteiten en ervaring van mijn trainer. Wel gebruik ik oefeningen die ik zelf bij Union heb getraind ter inspiratie voor mijn eigen trainingen. Zoals ze altijd zeggen: ‘liever goed gejat, dan slecht bedacht!’

Communicatie in het spel, communicatie bij het trainen, wat ga je later doen als je groot bent?

Mijn absolute droombaan zou zijn het werken voor NOC*nsf of een sport marketing bureau. Het combineren van mijn liefde voor de sport met mijn commerciële denkwijze. Persvoorlichting, PR werkzaamheden of bij een bedrijf voor het management van topsporters.

Tot slot; welke tips heb je voor leergierige hockeykids en welke tips heb je voor hockeyouders?

Een van de belangrijkste regels die ik bij mijn jongens altijd hanteer is: ‘Fouten maken moet, want dan leer je om ze te herstellen. En daar word je beter van’. Die onbevangenheid moeten kinderen zolang mogelijk vasthouden. En lekker cliché: heel veel oefenen! Denk creatief! Pak een keer een andere bal dan een hockeybal, probeer een ander parcours of ondergrond. Kijk hockeyfilmpjes en kijk of je deze kunt na doen. Film ze en vergelijk. En natuurlijk: training geven! Als je al oud genoeg bent is training geven enorm leerzaam. Je leert nog bewuster naar technieken te kijken waar je uiteindelijk zelf ook beter van wordt.

Voor de ouders heb ik ook wel een tip. Zo lang mogelijk meerdere sporten laten doen als dit kan. Kinderen leren zo beter te bewegen en het geeft ze afwisseling. Dat levert uiteindelijk meer plezier op. En ten slotte: Durf het kind los te laten in de sport. Laat de sport echt ‘zijn’ ding worden. Niet eindeloos staan kijken bij trainingen of tot in den treuren wedstrijden of trainingen evalueren. Een kind moet zelf de sport ervaren. Laat hen de expert zijnen zich zelfverzekerd voelen over hun eigen sport. Uiteindelijk is dat ook de sleutel tot plezier, het spelletje ‘eigen’ maken, dat een kind kan zeggen: ‘Hockey, dat is nou echt mijn lievelingssport’.

Foto credits: JW de Venster – De Venster fotografie